Tag Archives: advies

Het begrip werkvoorraad in de PGS15

Onder een werkvoorraad verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen als genoemd in de PGS15 wordt verstaan: de voorraad verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen die ten behoeve van de bedrijfsvoering/productie in een productieruimte/werkruimte of per procesinstallatie of afvulinstallatie is opgesteld.  Deze definitie uit de PGS15 roept echter nog wel wat vragen op. Reden voor een nadere uitleg.

Als we naar het begrip werkvoorraad kijken dan dienen we in ieder geval rekening te houden met een aantal aandachtspunten:

  • de werkvoorraad moet strikt noodzakelijk zijn;
  • per gevaarlijke stof mag (voor iedere werkvoorraad) ten hoogste één aangebroken verpakkingseenheid aanwezig zijn, plus één reserve. Indien een dagvoorraad uit meer dan één verpakkingseenheid bestaat, dan mag er een dagvoorraad staan plus één reserve verpakkingseenheid;
  • de werkvoorraad mag zich niet bevinden in een rijroute van vorkheftrucks of andere transportmiddelen;
  • de werkvoorraad mag het vluchten niet belemmeren;
  • gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen die als werkvoorraad in een productie- of werkruimte of nabij een procesinstallatie aanwezig zijn, moeten worden bewaard in deugdelijke verpakking die bestand is tegen de desbetreffende gevaarlijke stof;
  • indien de werkvoorraad bestaat uit een hoeveelheid van meer dan 50 l brandbare vloeistoffen van ADR-klasse 3, dan moet de verpakking zijn geplaatst boven een lekbak of een gelijkwaardige voorziening.

Lees verder: https://www.pgs15-advies.nl/2021/05/01/het-begrip-werkvoorraad-in-de-pgs15/

PGS15 advies nodig?

Het aanvragen van een omgevingsvergunning vaak omslachtiger dan gedacht

In de praktijk blijkt het aanvragen van een omgevingsvergunning veel omslachtiger dan vooraf ingeschat. Trajecten van plan tot vergunningverlening nemen in de praktijk soms wel 3 jaar in beslag. Dat is vooral het geval bij trajecten waarbij de aanvrager weinig verstand van zaken heeft en het wel zelf denkt te kunnen. In een logistieke omgeving, waarin snel handelen vereist is een dergelijk lang traject een no-go. Alvorens ergens te vestigen is het daarom vooral verstandig alvorens een vergunningstraject in te gaan na te gaan of de locatiekeuze om te beginnen een verstandige keuze zal zijn.

Bij de locatiekeuze van een bedrijf is een inventarisatie van het bestemmingsplan noodzakelijk en dienen de volgende vragen beantwoord te worden op basis van de voorgenomen activiteiten en bouwplan:

Zijn de beoogde activiteiten c.q. is het beoogde gebruik rechtstreeks toegestaan conform planregels bestemmingsplan en de bijbehorende verbeelding?

  • Zo nee, kan het beoogde gebruik conform de planregels van het bestemmingsplan toegestaan worden door middel van een binnenplanse afwijking (“vestiging van een bedrijf met bedrijfsactiviteiten die niet als zodanig opgenomen zijn in de Staat van bedrijfsactiviteiten bij de planregels kunnen toegelaten worden mits dit bedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorie”)?
  • Zo nee, kan het beoogde gebruik mogelijk gemaakt worden door middel van een buitenplanse afwijking c.q. bestemmingsplanwijziging?

Om na te gaan of het beoogde gebruik op de locatie mogelijk of wenselijk is zal echter eerst vooroverleg gevoerd moeten worden met bevoegd gezag. Indien dit positief ontvangen wordt, dient een principeverzoek om planologische medewerking om het beoogde gebruik mogelijk te maken ingediend te worden. Indien het college van B&W een positief principebesluit neemt, kan vervolgens de bestemmingsplanprocedure opgestart worden.

Bedrijven doen er goed aan om een adviseur te kiezen die rekening wil houden met de omgeving van het bedrijf. Waar staat het bedrijf? Wat kan bepalend zijn voor die omgeving? Als advies geven de heren mee om je vroegtijdig te laten informeren. Sparren met de brandweer in een vroege fase is raadzaam. Bent u op zoek naar een adviseur voor het aanvragen van uw omgevingsvergunning?

 

Wijzigingen in de PGS15 versie 2016 vragen om advies

PGS15

Dat de voorschriften voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen sms vragen oproepen en om advies van een goede PGS15 adviseur vragen verbaasd ons niets. Vaak is het lezen voorbij de regels. Zo kwam bij ons recent te vraag binnen met betrekking tot de inpandige opslag.

In de nieuwe PGS15:2016 wordt in voorschrift 3.2.4 aangegeven dat in een inpandige opslagvoorziening ten hoogste 2.500 kg verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR stoffen aanwezig mogen zijn, of 10 000 kg onbrandbare of niet brandonderhoudende verpakte gevaarlijke stoffen van uitsluitend ADR-klasse 8, verpakkingsgroep II of III zonder bijkomend gevaar, of ADR-klasse 9 of een combinatie van ADR-klasse 8 verpakkingsgroep II of III zonder bijkomend gevaar van ADR-klasse 9. Dat lijkt een versobering ten op zichten van de versie PGS15:2011. Deels is dat juist, tenslotte stond er in de 2011 versie dat je alle stoffen, dus ook brandbare stoffen, tot 10 ton mocht opslaan mits je  Feitelijk stond er in de 2011 versie een gelijkwaardigheid opgesomd en hoort dat niet in een voorschrift thuis. Reden om dat er uit te halen. Nog steeds blijft de mogelijkheid bestaan om in een inpandige opslag 10 ton brandbare vloeistoffen op te slaan. Hiervoor dienen dan wel technische maatregelen genomen te worden zoals bijvoorbeeld doorgeschakelde brandmelders. Het vaststellen van de condities doet u samen met een goede PGS15 adviseur die u naast goed advies tevens het gesprek met bevoegd gezag aan kan gaan.